Saturday, September 19, 2009

Oogst uit eigen tuin en natuurschoon

Zie hier de oogst uit eigen tuin en inmiddels is dit alles (behalve de grote courgette) ook al weer verorberd en het was lekker!



De volgende foto's zijn van alweer een tijdje geleden toen we zijn wezen wandelen in het Hatertse vennen natuurgebied, ook nog wat wetenswaardigheden erbij gezocht, want al wonen we er vlakbij, echt kennis van het gebied heb ik ook niet (eigenlijk schandalig maar goed).

Overasseltse en Hatertse Vennen

Het gebied van de Haterste en Overasseltse Vennen (ong 520 ha) bestaat uit een aantal "echte vennen" gelegen in een grotendeels aangeplant bos met resten eikenhakhout, percelen heide en kleine schilderachtige akkertjes en weilandjes waarop vee nog vredig graast.

Echte vennen zijn waterpartijen die niet gevoed worden door grondwater, maar die voor de aanvoer van water grotendeels op (mineraalarm) regenwater zijn aangewezen. Het gebied wordt gekenmerkt als zijnde voedselarm, plaatselijk zelfs als extreem. Verrijking van wateren in het verleden door een kokmeeuwenkolonie is teruggedrongen. De op een leemlaag gelegen stuifzanden zijn oorspronkelijk allemaal relatief arm aan voor planten noodzakelijke mineralen. Hier worden o.a. verschillende gemeenschappen uit het Dophei-verbond (Ericion tetralicis) aangetroffen. Staatsbosbeheer heeft in delen van dit natuurgebied grote grazers rondlopen, zoals schapen en Schotse Hooglanders, die de vegetatie kort houden. Ook de das is hier te vinden.

Al die dieren hebben wij dus niet gezien, wij moesten het doen met een enkele libelle!












De koortsboom bij de ruïne van St. Walrick.

Rond 727 was er een rover, Walrick genaamd, die de streek rond Nijmegen onveilig maakte met zijn bende. Men denkt dat zij zich de Hoemannen noemden en dat het plaatsje Heumen hier vandaan komt. De Hoemannen bevonden zich op een hele strategische plaats, met aan de ene zijde een ontoegankelijk moeras en aan de andere zijde de oude Romeinse weg van Nijmegen naar Maastricht. Onbeschermde reizende handelaren vielen keer op keer in handen van deze bende.

Zo werd ook op een herfstavond een groep overvallen, iedereen vluchtte behalve de leider. Hij werd meegenomen naar Walrick. De mannen zien elkaar als geduchte tegenstanders. Wilibrordus, de gevangene, vertelt over een nieuwe godsdienst, een nieuwe leer van God en juist op dat moment komt een heidense priester binnen met de mededeling dat het dochtertje van Walrick ernstig ziek is, ze leed aan chronische koortsen. Het kind zal waarschijnlijk de avond niet meer halen. Wilibrord wilde de dochter van Walrick alleen genezen als hij zou stoppen met roven. En dat beloofde Walrick.


Die avond was voor het ruige roversvolk onvergetelijk. Er gebeurde vreemde dingen, waarbij Wilibrord psalm 70 op zei en het meisje driemaal met wijwater zegende. Waarna hij sprak: Sta op Heribertha, in de naam van onze heer Jezus Christus. Bind het snoer uwer haren aan de eikenboom buiten uw woning en van deze stond is de koorts geweken en zo gebeurde het, thuis hing ze haar haarband in de eik en ze werd beter.


Sindsdien ging men naar de ruïne van de Walrickkapel om te bidden voor de genezing van de zieken. Wie eenmaal genezen was liet een lint gedragen goed achter in de koortsboom. Nu heet de weg waar ooit de hoeve van Walrick heeft staan de St. Walrickweg, waar tevens eens ruïne te vinden is en natuurlijk de boom. De oude eik staat tegenwoordig veel te dicht op de gerestaureerde ruïne en zal te zijner tijd moeten verdwijnen. Een nieuwe jonge eik is al geplant en kan de functie van de oude eik overnemen.









No comments:

Post a Comment